Buitensporten in de openbare ruimte, zoals hardlopen, paardrijden en surf- en zeilsporten, kwalificeren toch als gelegenheid geven tot sportbeoefening, waarop het verlaagd BTW-tarief van toepassing is. Dat heeft onze hoogste belastingrechter, de Hoge Raad beslist onder meer in de zaken van een zeilschool en een paardenmanege. In 2007 verbond de Hoge Raad hieraan nog de voorwaarde dat de openbare ruimte gedurende de duur van de sportbeoefening daarvoor moest zijn gereserveerd, maar dat is nu niet meer nodig. Voor toepassing van het 6%-tarief is het voldoende dat de sportbeoefening begint en eindigt in een sportaccommodatie, waar van faciliteiten gebruik kan worden gemaakt.
Een zelfstandige zonder personeel (ZZP-er) werkte voor een opdrachtgever. Tijdens de werkzaamheden verliest hij zijn been. Hij stelt de opdrachtgever daarvoor aansprakelijk. De Hoge Raad geeft hem gelijk. Als de opdrachtgever onvoldoende veiligheidsmaatregelen heeft getroffen, waardoor de ZZP-er schade lijdt, dan is de opdrachtgever daarvoor verantwoordelijk. Hij heeft een zorgplicht voor personen die voor hun veiligheid van hem afhankelijk zijn. Dit betekent voor u als werkgever dat u niet alleen aansprakelijk bent voor uw eigen werknemers en voor personen die elders in dienstbetrekking zijn maar bij u werken (uitzendkrachten), maar ook voor ZZP-ers en freelancers die zonder arbeidsovereenkomst in opdracht bij u werkzaam zijn.
Als uw werknemer van u renteloos leent of tegen een lage rente, dan is het rentevoordeel in beginsel belast. Hoeveel rente is belast, hangt af van de keuze die u maakt tussen voortzetting van de oude regeling van vergoedingen en verstrekkingen en de werkkostenregeling. Onder de oude regeling wordt belast het verschil tussen de overeengekomen rente en de normrente (2012: 2,85%). Onder de werkkostenregeling wordt belast het verschil tussen de overeengekomen rente en de marktrente. Onder beide regelingen is de rente echter onbelast als de lening een eigenwoningschuld is. U moet dan wel een schriftelijke verklaring en de bijbehorende bewijsstukken in uw loonadministratie hebben. De oude regeling kent bovendien enkele vrijstellingen die onder de werkkostenregeling zijn vervallen. Maar onder die regeling is het rentevoordeel op een lening die voor de aankoop van een fiets, elektrische fiets of elektrische scooter wordt gebruikt, weer onbelast.
Dit jaar is een extra aftrek voor exploitatie- en investeringskosten in research en development ingevoerd, de zogenoemde R&D-aftrek of kortweg RDA. De aftrek is bedoeld voor directe kosten van R&D, niet zijnde de loonkosten. Sinds 1 mei 2012 kunnen de eerste aanvragen voor deze aftrek worden ingediend. De procedure loopt gelijk met de aanvraag van een S&O-verklaring voor speur- en ontwikkelings(S&O-)projecten die starten vanaf 1 juli 2012. Voor S&O-projecten die tussen 1 januari en 1 juli 2012 zijn gestart en waarvoor al een S&O-verklaring is afgegeven, is een separate aanvraagprocedure getroffen. Hierdoor komen ook deze projecten op verzoek met terugwerkende kracht in aanmerking voor de RDA.
Bij aanvang van de dienstbetrekking besteedt u voor de aanmelding van de deelname aan de pensioenregeling aandacht aan de persoonlijke situatie van uw werknemer. Als echter in de loop van de tijd wijzigingen in die situatie optreden, dan geeft de werknemer die niet altijd aan u door met alle gevolgen van dien voor de pensioenaanspraken. Die gevolgen zijn niet alleen voor de werknemer, omdat hij/zij zich simpelweg niet aan de inlichtingenverplichting uit de pensioenovereenkomst heeft gehouden. De praktijk wijst uit dat de werknemer, diens partner of kind met succes u als werkgever verantwoordelijk kan houden voor het mislopen van de pensioenaanspraken door het niet melden van een wijziging aan de pensioenuitvoerder. Doe daarom regelmatig (bij voorkeur schriftelijk) navraag bij uw werknemers of er in de persoonlijke sfeer veranderingen zijn opgetreden.
Als u te hard heeft gereden en u krijgt hiervoor een bekeuring, dan kan het Centraal Justitioneel Incasso Bureau u alleen een boete opleggen. De administratiekosten voor het innen van de boete moeten achterweg blijven. Dat heeft de rechter beslist. Een man had te hard gereden. Hij betaalde wel de boete, maar niet de aan hem in rekening gebrachte administratiekosten. Dat was terecht. De wetgever hanteert als uitgangspunt dat de kosten voor de handhaving van wettelijke bepalingen waarin een bepaalde gedraging wordt bestraft, ten laste van de Staat komen. Voor de administratiekosten die samenhangen met de handhaving van de verkeersvoorschriften wordt hierop geen uitzondering gemaakt. De boete was terecht, maar de administratiekosten waren voor de overheid.
Of een pand tot box 3 of toch tot box 1 behoort, is niet altijd even eenvoudig te bepalen. Als u een pand als beleggingsobject heeft, waaruit u huuropbrengsten genereert, dan valt het pand in beginsel in box 3. De verkoopwinst van het pand blijft dan onbelast. Als u echter meer werkzaamheden verricht dan wat als ‘normaal actief vermogensbeheer’ wordt beschouwd, dan behoort het pand tot een werkzaamheid in box 1 en zijn de voordelen en dus ook de verkoopwinst toch progressief (maximaal 52%) belast als resultaat uit overige werkzaamheden. Of hiervan sprake is, hangt af van de aard en omvang van de arbeid die u verricht, de voorzienbaarheid van het behaalde voordeel en van de bijzondere kennis waarover u beschikt.
Een ondernemer gaat in 2008 niet akkoord met de BTW-correctie op het privégebruik van de auto volgens de formule cataloguswaarde (inclusief BPM en BTW) * 25% (de bijtelling voor een milieuonvriendelijke auto)* 12%. De belastingrechter is het met hem eens dat geen onderscheid mag worden gemaakt tussen milieuvriendelijke en milieuonvriendelijke auto’s. De BTW-correctie op het privégebruik moet daarom voor alle ondernemers met een auto van de zaak op de formule cataloguswaarde * 14% (de bijtelling voor de milieuvriendelijkste auto) * 12% worden gesteld. De BTW-correctie werd hierdoor bijna gehalveerd. De gunstigste bijtelling voor een milieuvriendelijke auto was in 2008 14%, maar zou de zaak betrekking hebben op het jaar 2010 of de eerste helft van 2011 dan zou het privégebruik ook kunnen worden vastgesteld op nihil. Vanaf 1 januari 2010 geldt immers voor bijvoorbeeld elektrische auto’s een nog gunstiger bijtelling van 0%. Of dit echt het gevolg zal zijn, moet waarschijnlijk nog even worden afgewacht, want de Staatssecretaris stelt vrijwel zeker tegen deze uitspraak cassatie in bij de Hoge Raad, onze hoogste belastingrechter.
Uw vermogen gaat bij overlijden of bij leven via schenkingen vaak over op uw kind. U vindt het meestal een fijn idee dat uw kinderen van u erven of een schenking ontvangen. Maar het kan een minder fijn idee zijn dat uw erfenis of schenking ook bij de partner van uw kind kan terechtkomen en zeker bij een scheiding. U kunt dit voorkomen door in uw testament of in de schenkingsakte een uitsluitingsclausule op te nemen. Een andere mogelijkheid is dat uw kind voorafgaand aan het huwelijk/geregistreerd partnerschap huwelijkse voorwaarden laat opmaken door een notaris. Daarin wordt bepaald dat zijn/haar privévermogen buiten iedere gemeenschap valt. Dit kan ook tijdens het huwelijk door de gemeenschap van goederen om te zetten in huwelijkse voorwaarden of door bestaande huwelijkse voorwaarden te wijzigen.
Op 1 april 2012 gaat voor nieuwe AOW’ers de uitkering in op de dag dat zij 65 jaar oud worden. Tot nog toe gaat het AOW-ouderdomspensioen in op de eerste dag van de maand waarin u de 65-jarige leeftijd bereikt. De wetswijziging heeft gevolgen voor de hoogte van de eerste AOW-uitkering. Die wordt namelijk naar evenredigheid vastgesteld. Wordt u op 13 april 65 jaar, dan krijgt u in april dus een AOW-uitkering van 17/30 van de maanduitkering. De wetswijziging heeft ook gevolgen voor aanvullende inkomensvoorzieningen, zoals vroegpensioen of arbeidsongeschiktheidspensioen. Eindigen deze inkomsten, zoals dat nu vaak het geval is, op de eerste dag van de maand waarin u 65 jaar wordt, dan heeft u door de wetswijziging een deel van deze maand een lager inkomen. Ontvangt u een sociale uitkering, zoals een werkloosheidsuitkering of arbeidsongeschiktheidsuitkering, dan eindigt deze pas op de dag dat het recht op een AOW-uitkering ingaat, zodat u dan geen inkomensverlies heeft.